Column - Afghanistan als Achterstandswijk
Monday 28 February 2011, door Mark van de Velde
De blijdschap van Mark Rutte over het feit dat Nederland sinds 28 januari 2011 weer officieel is aangesloten bij de wereldgemeenschap na de parlementaire instemming met een nieuwe missie naar Afghanistan was van korte duur.
De blijdschap van Mark Rutte over het feit dat Nederland sinds 28 januari 2011 weer officieel is aangesloten bij de wereldgemeenschap na de parlementaire instemming met een nieuwe missie naar Afghanistan was van korte duur. Slechts twee weken later werd al bekend dat Nederland niet mag aanzitten aan de tafel van de G20, ondanks het doorgaan van de door de Amerikanen zo gewenste politiemissie – en ondanks het feit dat de Nederlandse economie in omvang toch de zestiende ter wereld is. Ethiopië en Equatoriaal-Guinea schuiven wel aan, niet omdat hun economieën iets voorstellen maar omdat een groepsfoto zonder Afrikaans staatshoofd tegenwoordig geen pas geeft. Ook is het voor de G20-leiders een stuk eenvoudiger om voor het oog van de camera te doen alsof ontwikkelingslanden serieus worden genomen dan achter de schermen bij de Fransen een hervorming van het Europees Landbouwbeleid af te dwingen, iets waarmee Afrikaanse landen veel meer geholpen zouden zijn.
Uiteraard moet een besluit van de Tweede Kamer op zijn merites worden beoordeeld, los van eventuele ‘beloningen’ als deelname aan de G20-bijeenkomst. Helaas geeft ook het missiebesluit weinig reden tot vreugde en lijkt de onderneming tot mislukken gedoemd. De voorstanders zijn het daar natuurlijk niet mee eens, maar de inconsistente wijze waarop de missie aan het publiek en de politiek werd verkocht geeft te denken. GroenLinks trachtte zijn achterban te pacificeren door te benadrukken dat de missie geen onderdeel is van de oorlog tegen het terrorisme. Mark Rutte verweet de PVV daarentegen dat zij een prachtkans laat liggen om de terroristen in hun eigen habitat aan te pakken, waarmee hij vast niet doelde op het opbouwwerk dat GroenLinks zo belangrijk vindt. Zodra de eerste Afghaanse burger sneuvelt door het optreden van de Nederlanders of de door hen opgeleide agenten is de typisch Haagse grens tussen een militaire en civiele missie uitgewist en zal in de ontstane politieke crisis blijken dat het CDA en de VVD met politieke vrienden als GroenLinks geen vijanden meer nodig hebben.
Een civiele missie mag volgens veel burgers, deskundigen (lees het ontnuchterende interview met politie-expert Tim Bremmers in de Volkskrant van 21 januari) en nota bene de Afghaanse politieagenten zelf (de Volkskrant, 15 februari) dan zinloos zijn, daarmee is een militaire missie niet noodzakelijk een goed idee. Er valt wel wat af te dingen op de bewering dat Afghanistan de frontlinie vormt in de strijd tegen het wereldwijde terrorisme. Onder de terroristen die op 11 september de Twin Towers binnenvlogen bevond zich tenslotte niet één Afghaan. Tot aan de Amerikaanse inval in 2001 was Afghanistan misschien de ideale uitvalsbasis voor terroristische organisaties als Al Qaida, maar er zijn helaas genoeg andere landen met bergen en woestijnen (Jemen, Somalië, Pakistan) waar zij hun kwaadwillende rekruten kunnen opleiden. Bovendien zou de geplande Amerikaanse terugtrekking uit Afghanistan hoogst onverantwoord zijn als juist daar het wereldwijde terrorisme een vernietigende slag kon worden toegebracht.
Maar het is Jolande Sap (fractievoorzitter GroenLinks) ook niet te doen om de uitschakeling van terroristen. Het gaat haar om lotsverbetering voor haar Afghaanse seksegenoten. Zij schreef op 9 januari in NRC Handelsblad dat zij “het niet [kon] verantwoorden dat we de Afghaanse meisjes en vrouwen in de steek zouden laten, om wie het ons bij de inval in Afghanistan in 2001 al was te doen.” Haar zorg voor vrouwen in Afghanistan is aandoenlijk, maar ook aanmatigend en naïef, want wie gelooft nu werkelijk dat deze missie echt een verschil voor die vrouwen kan maken? De Taliban vormen het probleem, zoals de winnende World Press Photo 2011 pijnlijk duidelijk maakt, die een Afghaans meisje toont wier neus en oren door de Taliban zijn afgesneden omdat ze het lef had te protesteren tegen huishoudelijk geweld. Dergelijke barbaren laten zich niet niet intimideren door politieagenten die na 18 weken training misschien hun naam kunnen spellen maar van Sap niet mogen schieten.
Of is een civiele missie toch de aangewezen manier om de Taliban te verslaan? De brief die Sap en Henk Nijhoff (voorzitter partijbestuur) aan alle leden van GroenLinks stuurden om het besluit van de fractie (minus Ineke van Gent) uit te leggen wekt namelijk de indruk dat je de Taliban kunt benaderen als hangjongeren in een achterstandswijk: “De voedingsbodem van de Taliban ligt in het gebrekkige bestuur, de corruptie en criminaliteit.” Dat verklaart waarom behalve politietrainers ook allerhande experts worden meegestuurd teneinde de “justitieketen echt te kunnen verbeteren”. Als de situatie waarin veel Afghaanse vrouwen verkeren niet zo beroerd was en de Taliban niet zo wreed, zou je kunnen lachen om het Haagse jargon voor een bijna middeleeuws land.
Trouwens, is Saps opmerking dat terroristen worden geboren uit omstandigheden niet een grote belediging aan het adres van pakweg een miljard straatarme mensen die hun medemens geen vlieg kwaad doen?
Je zou na halve eeuw ervaring met ontwikkelingssamenwerking – vaak in landen die gunstig bij Afghanistan afsteken – enige bescheidenheid en realisme verwachten ten aanzien van opbouwmissies. Zelfs in een ministaatje als Kosovo, nota bene in de Europese achtertuin, lukt het de Europese Unie in een periode van ruim tien jaar nauwelijks om goed bestuur, etnische verdraagzaamheid en mensenrechten te bevorderen. In Bosnië moddert de ‘internationale gemeenschap’ al veel langer aan zonder duidelijke resultaten. Toch gaan we in Afghanistan proberen om in vier maanden agenten op te leiden met extra aandacht voor “mensenrechten, vrouwen- en kinderrechten en integriteit” (Kamerbrief 27 januari). Wie daar weinig van verwacht en niet toevallig lid is van een linkse partij kan het goedkope en onterechte verwijt krijgen zich niet te bekommeren om het lot van het Afghaanse volk. (Dat PvdA-leider Job Cohen, die tegen de missie stemde, oprecht begaan is met het Afghaanse volk wordt stilzwijgend aangenomen). Alsof politiek niet neerkomt op het maken van keuzes. De keuze vóór het besteden van een half miljard aan de opleiding van Afghaanse politieagenten is een keuze tegen aidsremmers en tegen muskietennetten. Hopelijk herinneren de voorstanders van de missie zich dat als de operatie halverwege wordt afgeblazen en het geld in rook is opgegaan.
